Wielrennen op Mallorca
Mallorca is het winterhoofdkwartier van de Europese wielersport. Van januari tot april staan de wegen vol met profploegen op trainingskamp en met duizenden recreanten, en dat heeft een reden: het is mild, het asfalt is goed, de bergen liggen op een uur van de luchthaven en het autoverkeer is gewend aan fietsers.
Het eiland is bovendien klein genoeg om alles vanuit één basis te rijden. De klassieke uitvalsbases zijn Port de Pollença en Alcúdia in het noorden, vlak bij de Tramuntana, en Playa de Palma in het zuiden voor wie vlakke kilometers wil.
De vier bekendste beklimmingen
Sa Calobra. De beroemdste van het eiland. Je rijdt eerst naar beneden en dan dezelfde twaalf kilometer weer omhoog, met bijna 700 hoogtemeters en een lus waarbij de weg onder zichzelf door gaat. Ga vroeg, want vanaf een uur of tien komen de touringcars.
Puig Major. De hoogste berg van Mallorca en de langste klim, ruim veertien kilometer aan een gelijkmatig percentage. Zwaar maar goed te doen omdat het nergens steil wordt.
Coll de Sóller. De oude weg over de bergpas met zijn haarspeldbochten, tegenwoordig autoluw sinds de tunnel er is. Daardoor een van de prettigste klimmen om te rijden.
Cap de Formentor. Geen zware klim maar wel het mooiste uitzicht, met de zee aan beide kanten. In het hoogseizoen geldt er een autoverbod op delen van de dag, wat het voor fietsers juist aangenaam maakt.
Routes voor elk niveau
Vlak en rollend. Het binnenland, Es Pla, is het trainingsgebied voor lange duurritten. Vanuit Playa de Muro of Alcúdia rijd je via Sa Pobla, Muro, Sineu en Petra lussen van 60 tot 120 kilometer zonder één serieuze klim, over smalle landwegen tussen stenen muurtjes.
Korte klimmen in het binnenland. Wie wil klimmen zonder de hele dag in de bergen te zitten, pakt een van de kloosterbergen. De Puig de Randa met het klooster van Cura is ongeveer vijf kilometer klimmen, Sant Salvador bij Felanitx ook, en allebei eindigen ze bij een terras met uitzicht over het halve eiland. De weg door het dal van Orient, tussen Bunyola en Alaró, is een van de mooiste stukken asfalt van Mallorca.
De grote bergrit. De MA-10 loopt over de volle lengte van de Tramuntana, van Andratx tot Pollença. In zijn geheel is dat ruim 110 kilometer met meer dan 2.500 hoogtemeters, langs Banyalbufar, Valldemossa, Deià en Sóller. De meeste renners knippen hem in tweeën.


Rijden in de Tramuntana
Het gebergte langs de noordwestkust is Unesco Werelderfgoed en de reden dat wielrenners naar Mallorca komen. De klimmen zijn zelden steil, meestal tussen de vijf en zeven procent, maar ze zijn lang en volgen elkaar snel op.
De gebruikelijke toegang vanuit het noorden is de Coll de Femenia vanuit Pollença, vanuit het binnenland de Coll de sa Batalla vanuit Caimari: een kleine acht kilometer aan vijf procent met mooie haarspeldbochten. Boven, bij het tankstation van Lluc, zit het bekendste fietscafé van het eiland. Hier komt vroeg of laat iedereen langs.
De afdalingen zijn technisch en het wegdek kan in de schaduw vochtig zijn, vooral ’s ochtends in het voorjaar. Houd rekening met geiten op de weg, met steentjes in de bochten na regen en met touringcars die de hele weg nodig hebben.
Racefiets huren en fietshotels
De meeste renners laten hun eigen fiets thuis. De verhuurders in Port de Pollença, Port d’Alcúdia, Playa de Muro en Playa de Palma hebben vloten met recente carbon racefietsen in alle maten, die elk seizoen worden vervangen. Neem je eigen pedalen, schoenen en eventueel je zadel mee, en geef bij de reservering je maat en gewenste versnellingen door. Voor de Tramuntana wil je een compact crankstel met achter minstens een 30 of 32.
Van februari tot en met april is reserveren geen luxe maar noodzaak. De populaire maten zijn weken van tevoren weg.
Veel hotels in het noorden richten zich in het voorjaar helemaal op wielrenners. Je herkent ze aan een afgesloten fietsenstalling, een werkplaats met gereedschap, een wasplek voor je fiets, een vroeg en stevig ontbijt en een wasservice voor je kleding. In ons hoteloverzicht kun je per plaats zoeken.
Het wielerseizoen op Mallorca
Januari en februari. De profploegen zijn er voor hun trainingskampen en eind januari wordt de Challenge Mallorca verreden, een reeks eendaagse wedstrijden waar je als toeschouwer gewoon langs de weg kunt staan. Overdag is het 12 tot 16 graden, in de bergen frisser. Arm- en beenstukken en een windjack horen in je koffer.
Maart en april. Het hoogseizoen voor recreanten en clubs. Het weer is stabieler, de amandelbloesem is net voorbij en de fietscafés zitten vol. Eind april is de Mallorca 312, de grote toertocht vanuit Playa de Muro met afstanden van 167, 225 en 312 kilometer. De inschrijving is doorgaans maanden vooraf vol.
Mei en oktober. Warm genoeg voor korte mouwen en daarna het strand op, en een stuk rustiger op de weg. Voor wie fietsen wil combineren met een gewone vakantie zijn dit de beste maanden.
Juni tot en met september. Kan, maar dan vroeg. Start bij zonsopkomst en zorg dat je rond het middaguur binnen bent.


Waar verblijf je als wielrenner?
Port de Pollença en Alcúdia. De klassieke keuze. Je zit op een kwartier fietsen van de eerste klim, Formentor ligt om de hoek en richting het zuiden heb je direct vlakke wegen. De meeste fietshotels en verhuurders zitten hier.
Playa de Muro en Ca’n Picafort. Iets verder van de bergen maar met het vlakke binnenland voor de deur. Ideaal voor lange duurtrainingen en voor wie met een gezin reist dat liever aan het strand ligt.
Playa de Palma en Ca’n Pastilla. Dicht bij de luchthaven, goedkoop in het voorjaar en met een vlakke aanloop naar Randa en het zuiden. De Tramuntana is vanaf hier een lange dag.
Sóller en Port de Sóller. Midden in de bergen. Elke rit begint met een klim, want je zit in een dal. Prachtig, maar alleen voor wie echt voor de hoogtemeters komt.
Praktische tips
- Helm en licht. Buiten de bebouwde kom is een helm verplicht. Voor de tunnels op de MA-10 heb je een voor- en achterlicht nodig.
- Anderhalve meter. Auto’s moeten bij het inhalen anderhalve meter afstand houden en mogen daarvoor de doorgetrokken streep over. Dat gaat op Mallorca opvallend goed, maar rijd op smalle bergwegen wel achter elkaar.
- Eten en drinken. In de bergen liggen de dorpen ver uit elkaar. Vul je bidons in Lluc, Sóller of Valldemossa en neem iets te eten mee. In veel dorpen staat op het plein een drinkwaterkraan.
- Sa Calobra en Formentor. Ga zo vroeg mogelijk. Later op de dag deel je de weg met touringcars en huurauto’s.
- Reservespullen. Twee binnenbanden, bandenlichters en een pomp. Een taxi vanuit de bergen is duur en heeft vaak geen plek voor een fiets.
- Vliegen met je fiets. Wil je toch je eigen fiets mee, boek de fietsplek dan direct bij je ticket. Op de voorjaarsvluchten naar Palma zijn die plekken beperkt. Meer daarover op vliegen naar Mallorca.
Zoek je het rustiger, met dagtochten, e-bikes en routes die ook met kinderen kunnen? Kijk dan op fietsen op Mallorca.

